Den Haag kent een lange geschiedenis. Op veel punten wijkt het ontstaan van Den Haag af met betrekking tot andere Hollandse steden. Waar de meeste Nederlandse steden zijn begonnen op een kruispunt van handelswegen als handelsnederzetting, is het begin van Den Haag duidelijk anders. Den Haag zelf begon als verblijfplaats van de graaf (en was op dat moment nog bekend als ‘Die Haghe’).  Uiteindelijk groeide Den Haag uit tot het bestuurscentrum vanwaar de graaf het graafschap Holland bestuurde.

Hoewel er wel mensen richting Den Haag gingen was dat voor de graaf natuurlijk niet genoeg om het dorp eigen stadsmuren, eigen rechtspraak, of eigen bestuur te gunnen. Als de graaf dit had gedaan zouden er op dat moment twee besturen binnen één stad zijn geweest. Zoals verwacht wou de graaf de baas blijven binnen eigen omgeving.

Rond 1280 krijgt Den Haag voor het eerst een college van schepenen (verantwoordelijk voor bestuur over het dorp), en een eigen parochie. Zowel de handel en laken industrie floreren rond de veertiende eeuw. Echter, de stadsrechten (en de bijbehorende verdedigingsmuren) blijven nog uit. Sinds 1358 is Den Haag de belangrijkste verblijfplaats in Holland voor vorsten. Den Haag blijft tot 1568 het regionale bestuurscentrum in Holland.

De Tachtigjarige Oorlog

Tijdens hun pogingen het opstandige Holland te heroveren in 1574 gebruiken de Spanjaarden Den Haag als uitvalsbasis. Vanaf 1577 pakt de geschiedenis positiever uit voor Den Haag – het wordt de vergaderplaats van de Staten van Holland en van 1588 ook de vergaderplaats van de Staten-Generaal. Er is een nieuwe bloeiperiode voor den Haag. Er worden nieuwe havens gegraven in het Spuikwartier om rekening te houden met de snel stijgend aantal nieuwe inwoners.

We staan een aantal jaren op de drempel van de befaamde Gouden Eeuw. Den Haag krijgt enige allure als het hof van stadhouder Frederik Hendrik. De schilderingen in het Huis ten Bosch gelden dan ook zeker als artistiek hoogtepunt. Den Haag begint met het fabriceren van alledaagse en luxe producten voor de vele hoge ambtenaren en diplomaten die op dat moment in Den Haag wonen.

De Franse Legers – Eindelijk een stad

Den Haag doet het lange tijd goed, zeker in vergelijking met steden als Leiden en Delft. Ook de uitgaven van hoge ambtenaren, diplomaten, en de regering blijven ook maar in slechte tijden doorgaan. In de winter van 1794-1795 trekken de revolutionaire Franse legers binnen om hier het ideaal van broederschap, gelijkheid, en vrijheid te verbreden. Den Haag krijgt een revolutionair Bataafs stadsbestuur.

In 1806 maakt de Bataafse Republiek plaats voor het Koninkrijk Holland. Datzelfde jaar krijgt Den Haag eindelijk de status van stad. In 1810 wordt Nederland ingelijfd door het Franse Keizerrijk. De Fransen verlaten uiteindelijk de stad weer in 1813, na veel verzet. Niet lang erna krijgt Den Haag de status van regeringsstad in het Koninkrijk der Nederlanden.

Tweede Wereld oorlog

Den Haag wordt zwaar getroffen door de Tweede Wereld oorlog. De deportatie en uitroeiing van de joodse gemeenschap in Den Haag begint in 1942, op dat moment heeft Den Haag de op een na grootste Joodse gemeenschap in Nederland. De meeste joden in Den Haag overleven de oorlog niet. Er ontstaan enorme voedsel tekorten tijdens de laatste Oorlogswinter. Meer dan 2100 mensen overlijden aan honger. De bevrijding komt eindelijk op 5 mei 1945.

De Wederopbouw

Hoewel de oorlog in Europa diepe wonden achterlaat geniet Den Haag uiteindelijk een wederopbouw en een ‘nieuw’ Den Haag. Er komen uiteindelijk nieuwe, internationale instellingen naar Den Haag zoals het Internationaal Strafhof (sinds 2002) en Europol.

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeit Den Haag zo door dat het zich uit begint te breiden rondom de oude singels. Om de constant groeiende bevolking te huisvesten worden Loosduinen en andere uitbreidingen opgenomen in Den Haag zelf. De internationale uitstraling die we vandaag de dag kennen wordt dan ook verzekerd door de aanwezigheid van internationale instellingen en de bouw van het Vredespaleis (1907-1913).